ECLI:NL:RVS:2013:736
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak over nihilstelling en terugvordering kinderopvangtoeslag wegens niet-duurzaam gescheiden partnerschap
De Belastingdienst/Toeslagen stelde bij afzonderlijke besluiten van 8 juli 2011 de kinderopvangtoeslag van appellant over de jaren 2006 tot en met 2008 en het voorschot over 2009 nihil vast en vorderde het teveel betaalde terug. Appellant maakte bezwaar, dat deels werd gehonoreerd voor de jaren 2006-2008, maar niet voor 2009. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het besluit van 23 december 2011 ongegrond. Appellant ging in hoger beroep.
De kern van het geschil betrof de vraag of appellant en haar echtgenoot in 2009 duurzaam gescheiden leefden, zoals vereist voor het recht op kinderopvangtoeslag. De rechtbank oordeelde dat dit niet het geval was. Appellant stelde dat zij en haar echtgenoot in een langdurige patstelling verkeerden en duurzaam gescheiden leefden, maar de Raad van State volgde dit niet. Uit de feiten bleek dat zij elkaar meerdere keren ontmoetten en dat de echtgenoot in 2010 naar Nederland verhuisde.
De Raad van State overwoog dat duurzaam gescheiden leven betekent dat ieder afzonderlijk zijn eigen leven leidt alsof hij niet gehuwd is, en dat deze toestand bestendig moet zijn bedoeld. Dit was niet aannemelijk gemaakt. De eerdere herziening van de toeslag over 2006-2008 impliceerde niet dat de Belastingdienst/Toeslagen aannam dat er toen duurzaam gescheiden werd geleefd.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.