ECLI:NL:RVS:2013:739
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- B.P. Vermeulen
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing Nederlanderschap wegens onvoldoende verblijfsduur en bedenkingen tegen verblijf
Bij besluit van 10 oktober 2011 wees de minister het verzoek van appellante om het Nederlanderschap te verkrijgen af. Dit besluit werd bij bezwaar en beroep door de rechtbank Alkmaar gehandhaafd. Appellante stelde in hoger beroep dat zij recht had op een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd op grond van het Besluit nr. 1/80 en dat de staatssecretaris ten onrechte bedenkingen tegen haar verblijf had geuit.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overwoog dat appellante niet voldeed aan de vereiste verblijfsduur van vijf jaar onmiddellijk voorafgaand aan het verzoek, aangezien zij op 21 maart 2011 het verzoek indiende terwijl zij pas vanaf 10 april 2006 rechtmatig verblijf had. Ook waren er bedenkingen tegen haar verblijf voor onbepaalde tijd omdat zij niet meer op hetzelfde adres woonde als haar Nederlandse echtgenoot, wat de grondslag was van haar verblijfsvergunning voor bepaalde tijd.
De Raad van State bevestigde het oordeel van de rechtbank dat de staatssecretaris het verzoek terecht had afgewezen. Het beroep op het Besluit nr. 1/80 kon niet tot vernietiging van de uitspraak leiden. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om Nederlanderschap is afgewezen vanwege onvoldoende verblijfsduur en bedenkingen tegen het verblijf voor onbepaalde tijd.