ECLI:NL:RVS:2013:75
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- R.W.L. Loeb
- N.D.T. Pieters
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake handhaving opslag puin en betonblokken op perceel te Kootwijkerbroek
Het college van burgemeester en wethouders van Barneveld legde aan appellanten een last op tot verwijdering van puin, betonblokken en bebouwing op een perceel te Kootwijkerbroek, met daarbij opgelegde herplantplicht voor vijf bomen. Appellanten maakten bezwaar en stelden beroep in bij de rechtbank Arnhem, die het beroep ongegrond verklaarde. Appellanten gingen in hoger beroep bij de Raad van State en verzochten tevens om een voorlopige voorziening.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank niet bevoegd was om te beslissen over het beroep tegen de last en dwangsom met betrekking tot de opslag en toepassing van puin, omdat op grond van de Wet milieubeheer en Wet bodembescherming beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak openstaat. Dit deel van de uitspraak werd vernietigd en de rechtbank onbevoegd verklaard. Voor het overige werd de uitspraak bevestigd.
Verder werd geoordeeld dat de opslag van betonblokken in strijd was met het bestemmingsplan, dat vijf bomen zonder vergunning waren gekapt en dat de opgelegde herplantplicht voldoende bepaald was. Het college mocht handhavend optreden tegen het puin omdat dit niet voldeed aan de eisen van het Besluit bodemkwaliteit en als afvalstof werd aangemerkt. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen en appellanten kregen het betaalde griffierecht vergoed.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt deels gegrond verklaard, de rechtbank wordt onbevoegd verklaard voor het beroep tegen de besluiten inzake puin, en de overige uitspraak wordt bevestigd.