ECLI:NL:RVS:2013:803
Raad van State
- Hoger beroep
- J.H. van Kreveld
- D.J.C. van den Broek
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Vernietiging niet-ontvankelijkverklaring beroep inzake onttrekking voetpad aan openbaar verkeer
De zaak betreft het besluit van 17 december 2009 van de gemeenteraad van De Ronde Venen om een voetpad op de Voordijk in Abcoude aan het openbaar verkeer te onttrekken. Appellante stelde bezwaar en beroep in tegen dit besluit en het daaropvolgende besluit op bezwaar van 14 oktober 2010.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het besluit op bezwaar niet-ontvankelijk omdat appellante niet als belanghebbende werd aangemerkt. Appellante stelde hoger beroep in tegen deze niet-ontvankelijkverklaring. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank ten onrechte appellante niet als belanghebbende beschouwde, omdat het besluit op bezwaar een besluit is waartegen beroep openstaat en appellante daardoor belanghebbende is.
De Afdeling stelde vast dat het primaire besluit niet met toepassing van afdeling 3.4 van de Awb was voorbereid, omdat de raad het besluit ambtshalve nam zonder een verzoek van belanghebbenden en zonder toepassing van die procedure. De Afdeling vernietigde daarom de uitspraak van de rechtbank voor zover het ging om de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep tegen het besluit op bezwaar en verklaarde het beroep tegen dat besluit gegrond.
Vervolgens oordeelde de Afdeling dat appellante niet als belanghebbende bij het primaire besluit kan worden aangemerkt, omdat zij onvoldoende persoonlijk en actueel belang heeft dat haar onderscheidt van anderen. Daarom verklaarde de Afdeling het bezwaar tegen het primaire besluit niet-ontvankelijk. De Afdeling gelastte vergoeding van griffierecht aan appellante en bepaalde dat haar uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit op bezwaar wordt gegrond verklaard en het bezwaar tegen het primaire besluit niet-ontvankelijk.