ECLI:NL:RVS:2013:810
Raad van State
- Hoger beroep
- M. Vlasblom
- G.M.H. Hoogvliet
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit niet-ontvankelijkheid bezwaar mosselzaadvisvergunning en hernieuwde beslissing
Bij besluit van 13 januari 2010 verleende de minister aan appellante een vergunning voor het vissen op mosselzaad met een mosselzaadinvanginstallatie op een specifiek perceel in de Voordelta. Appellante maakte op 24 maart 2010 bezwaar tegen dit besluit, maar dit bezwaar werd door de staatssecretaris niet-ontvankelijk verklaard omdat het bezwaar te laat zou zijn ingediend. De rechtbank Middelburg bevestigde deze niet-ontvankelijkverklaring.
Appellante stelde in hoger beroep dat het bestuursorgaan niet aannemelijk had gemaakt dat het besluit op de juiste wijze aan haar was verzonden, waardoor de bezwaartermijn niet kon zijn verstreken. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de staatssecretaris geen bewijs had geleverd van tijdige verzending naar het juiste adres, aangezien het besluit niet aangetekend was verzonden en er geen verzenddatum of verzendadministratie was overgelegd.
Hierdoor werd het bezwaar van appellante geacht tijdig te zijn ingediend. De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit van de staatssecretaris tot niet-ontvankelijkheid van het bezwaar. De staatssecretaris werd opgedragen binnen de kaders van eerdere uitspraken opnieuw op het bezwaar te beslissen. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en het griffierecht aan appellante.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het besluit tot niet-ontvankelijkheid vernietigd en de staatssecretaris gelast opnieuw op het bezwaar te beslissen.