ECLI:NL:RVS:2013:848
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens te late indiening in vreemdelingenzaak
De vreemdeling stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank die het verzet tegen een eerdere uitspraak ongegrond verklaarde. De Raad van State beoordeelde of het hogerberoepschrift tijdig was ingediend. Volgens de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en de Vreemdelingenwet 2000 geldt een termijn van vier weken voor het indienen van een beroepschrift.
De aangevallen uitspraak werd op 26 april 2013 verzonden, maar het hogerberoepschrift kwam pas op 24 juni 2013 binnen, ruim na de gestelde termijn. De vreemdeling gaf geen feiten of omstandigheden aan die het late indienen konden rechtvaardigen. Daarom oordeelde de Raad van State dat het hoger beroep onredelijk laat was ingediend en verklaarde het niet-ontvankelijk.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 14 augustus 2013.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling is niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening.