ECLI:NL:RVS:2013:887
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- B.P. Vermeulen
- J. Hoekstra
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van invaarbeperking voor schepen langer dan 39 meter bij Friese, Voorstersluis en Ketelsluis
Het college van gedeputeerde staten van Flevoland stelde bij besluit van 29 september 2009 een invaarbeperking in voor schepen langer dan 39 meter bij de Friese Sluis, Voorstersluis en Ketelsluis. Na bezwaar en beroep vernietigde de rechtbank het besluit wegens onvoldoende motivering, maar liet de rechtsgevolgen ervan in stand vanwege de bevoegdheid van het college en het belang van de veiligheid.
Appellanten betoogden dat de rechtbank onterecht de rechtsgevolgen in stand liet, dat het besluit in strijd was met het verbod op détournement de pouvoir en dat het college onvoldoende zorgvuldig had gehandeld, onder meer door het ontbreken van specifiek onderzoek naar alternatieven en het niet voldoen aan motiveringsvereisten.
De Raad van State oordeelde dat het college bevoegd was het besluit te nemen op grond van de Scheepvaartverkeerswet en het Besluit administratieve bepalingen scheepvaartverkeer. De rechtbank had terecht de rechtsgevolgen in stand gelaten, omdat de veiligheidsrisico's voldoende waren aangetoond en het college de belangenafweging zorgvuldig had gemaakt. Het betoog over onvoldoende motivering en voorbereiding faalde, mede omdat het rapport van Infram BV de veiligheidsnormen bevestigde en alternatieven te kostbaar of ineffectief waren.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd, met verbetering van de gronden. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.