ECLI:NL:RVS:2013:900
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- A.W.M. Bijloos
- Rechtspraak.nl
Vaststelling ongegrondheid beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel na beoordeling risico terugkeer China
De minister voor Immigratie en Asiel wees op 25 november 2011 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank 's-Gravenhage, die op 20 juni 2012 het besluit vernietigde en de minister opdroeg een nieuw besluit te nemen.
De minister, inmiddels staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Raad van State overwoog dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de minister onvoldoende had gemotiveerd waarom de vermoedens van de vreemdeling omtrent mogelijke problemen bij terugkeer naar China onvoldoende zwaarwegend zouden zijn. De staatssecretaris had terecht gesteld dat de vreemdeling niet aannemelijk had gemaakt dat hij bij terugkeer in China represailles van een mensensmokkelnetwerk of bescherming van de autoriteiten niet kon inroepen.
Daarnaast oordeelde de Raad dat de vreemdeling niet voldeed aan de criteria van de Vreemdelingencirculaire 2000 voor traumabeleid, omdat hij niet aannemelijk had gemaakt dat het seksueel misbruik en mishandeling door een persoon in China onder de relevante categorieën viel en dat er een causaal verband bestond tussen die gebeurtenissen en zijn vertrek uit China binnen zes maanden.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep van de minister gegrond, vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling tegen de afwijzing van zijn verblijfsvergunning asiel wordt ongegrond verklaard.