ECLI:NL:RVS:2013:905
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- G.M.H. Hoogvliet
- R.J.J.M. Pans
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking erkenning bedrijfsvoorraad na overtredingen door erkend bedrijf
De RDW trok op 18 augustus 2011 de erkenning bedrijfsvoorraad van appellant voor zes weken in vanwege overtredingen van de Regeling erkenning bedrijfsvoorraad. De voorzieningenrechter verklaarde het daarop ingestelde beroep ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De overtredingen betroffen het opnemen van een voertuig in de bedrijfsvoorraad zonder volledig kentekenbewijs en het onterecht uitschrijven van een vrijwaringsbewijs zonder geldige transactiecode. De RDW kwalificeerde deze overtredingen als categorie II, waarop bij een tweede overtreding binnen 30 maanden een intrekking van zes weken volgt. De intrekking werd in dit geval tot vier weken beperkt.
Appellant voerde onder meer aan dat zij te goeder trouw handelde op basis van door de gemeente verstrekte gegevens en dat de RDW onjuiste transactiecodes telefonisch verstrekte. Deze verweren werden door de Raad van State verworpen. Ook werd geoordeeld dat de belangenafweging en proportionaliteit door de voorzieningenrechter juist waren gemaakt.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de voorzieningenrechter. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de intrekking van de erkenning bedrijfsvoorraad en verklaart het hoger beroep ongegrond.