ECLI:NL:RVS:2013:912
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- Rechtspraak.nl
Afwijzing inschrijving en uitwijklijst beëdigd tolk en vertaler wegens onvoldoende competenties
Appellant verzocht om inschrijving in het register van beëdigde tolken en vertalers en plaatsing op de uitwijklijst voor diverse talencombinaties. De minister wees dit verzoek af omdat appellant niet beschikte over een diploma op minimaal bachelorniveau, noch voldeed aan de aanvullende eisen voor toetsing door de Commissie beëdigde tolken en vertalers. Ook op de uitwijklijst voldeed appellant niet aan de vereiste taalvaardigheid en werkervaring.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Raad van State bevestigde deze uitspraak in hoger beroep. De Afdeling oordeelde dat appellant niet onder de overgangsregeling viel omdat hij op het moment van inwerkingtreding van de wet slechts voorlopig was ingeschreven in het kwaliteitsregister.
Verder werd geoordeeld dat de minister terecht de overgelegde verklaringen niet als voldoende bewijs van taalvaardigheid en ervaring kon beschouwen, mede omdat niet duidelijk was op welke wijze de taalvaardigheid was getoetst. Ook de bevoegdheid van de minister om onafhankelijke deskundigen aan te wijzen werd niet als een verplichting gezien die de afwijzing zou kunnen beïnvloeden.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de afwijzing van de inschrijving en plaatsing op de uitwijklijst werd bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de afwijzing van appellant voor inschrijving in het register en plaatsing op de uitwijklijst wegens onvoldoende aantoonbare competenties.