ECLI:NL:RVS:2013:92
Raad van State
- Hoger beroep
- R. van der Spoel
- G. van der Wiel
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete wegens overtreding tewerkstellingsvergunning Wet arbeid vreemdelingen
Appellanten kregen een boete van €8.000 opgelegd wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav) omdat een Bulgaarse vreemdeling zonder tewerkstellingsvergunning arbeid verrichtte bij hun bedrijf. De rechtbank verklaarde het beroep van appellanten ongegrond en de Raad van State bevestigt deze uitspraak in hoger beroep.
De kern van het geschil betrof de vraag of de vreemdeling als zelfstandige of als werknemer onder gezag van appellanten werkte. De Raad van State volgt de jurisprudentie van het Hof van Justitie en oordeelt dat de vreemdeling onder gezag arbeid verrichtte en een vergoeding ontving, waarmee zij als werknemer in de zin van artikel 45 VWEU Pro moet worden aangemerkt.
Appellanten voerden aan dat de arbeid marginaal was en dat de vreemdeling een vennoot was, maar deze stellingen werden verworpen omdat de werkzaamheden niet van geringe omvang waren en de inschrijving als vennoot pas na de controle plaatsvond. Ook werd geen reden gezien om de boete te matigen op grond van financiële omstandigheden of bijzondere omstandigheden. De Raad van State bevestigt daarom de boete en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de boete van €8.000 wegens het laten verrichten van arbeid zonder tewerkstellingsvergunning.