ECLI:NL:RVS:2013:921
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- J.A. Hagen
- J.C. Kranenburg
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing vergoeding planschade na bestemmingsplanwijziging in Lunteren
Het college van burgemeester en wethouders van Ede wees op 31 mei 2011 de verzoeken van appellant A en appellant B om vergoeding van planschade af naar aanleiding van het bestemmingsplan "Lunteren-Centrum 2004". De rechtbank verklaarde het beroep van appellanten gegrond, vernietigde de besluiten van het college, maar liet de rechtsgevolgen van die besluiten in stand. Appellanten stelden hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De kern van het geschil betrof de vraag of appellanten door de planologische wijziging in een nadeliger positie zijn gekomen, omdat de mogelijkheid om een tweede vrijstaande woning te bouwen verviel en de bouwhoogte werd verlaagd. De SAOZ-adviezen concludeerden dat er geen planologisch nadeel was, omdat de residuele grondwaarde onder het oude regime lager was dan de marktwaarde van de percelen.
Appellanten voerden aan dat de SAOZ onjuiste kostenramingen en vergelijkingsobjecten gebruikte, maar de Raad van State oordeelde dat deze bezwaren onvoldoende onderbouwd waren. Ook het argument dat de lagere bouwhoogte niet was meegewogen faalde, omdat dit niet in bezwaar was aangevoerd. De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigde daarom het vonnis van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.