ECLI:NL:RVS:2013:926
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boeteoplegging wegens verstrekking alcohol aan jongeren onder 16 jaar
De minister legde appellant een boete van €900 op wegens overtreding van artikel 20, eerste lid, van de Drank- en Horecawet, omdat tijdens een controle op 5 mei 2011 alcoholhoudende drank werd verstrekt aan personen die niet onmiskenbaar de leeftijd van 16 jaar hadden bereikt.
Appellant voerde aan dat het besluit onzorgvuldig tot stand was gekomen, dat hij te weinig gelegenheid had gekregen om te reageren en dat er feitelijke onjuistheden in het besluit stonden. De Raad van State oordeelde dat appellant voldoende gelegenheid had gehad om zijn zienswijze kenbaar te maken en dat eventuele feitelijke onjuistheden niet leidden tot vernietiging van het besluit.
Verder stelde appellant dat de feiten onvoldoende kenbaar en verifieerbaar waren, en dat het recht op een eerlijk proces (artikel 6 EVRM Pro) was geschonden omdat hij geen kennis kon nemen van uiterlijke en gedragskenmerken van de betrokken jongeren. De Raad van State oordeelde dat het proces-verbaal voldoende duidelijk was en dat appellant de mogelijkheid had gehad het proces-verbaal in te zien en de controleambtenaren te horen, waardoor zijn recht op een eerlijk proces niet was geschonden.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de boete van €900 wegens overtreding van de Drank- en Horecawet door verstrekking van alcohol aan personen onder de 16 jaar.