ECLI:NL:RVS:2013:927
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake herziening kinderopvangtoeslag 2007
De Belastingdienst heeft de kinderopvangtoeslag van appellante over 2007 herzien en vastgesteld op een lager bedrag, omdat de opvang pas vanaf 24 juli 2007 via een geregistreerd gastouderbureau plaatsvond. De rechtbank Maastricht vernietigde het bezwaar van appellante tegen deze herziening, maar liet de rechtsgevolgen van de besluiten in stand. Appellante ging hiertegen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelt dat de rechtbank ten onrechte de rechtsgevolgen van de besluiten in stand heeft gelaten, omdat de motivering niet tijdig en juist was. De Afdeling vernietigt daarom dit deel van de uitspraak. Vervolgens beoordeelt de Afdeling het bezwaar van appellante tegen het besluit van 1 september 2010 en verklaart dit bezwaar ongegrond, omdat appellante wist of behoorde te weten dat zij voor de periode vóór 24 juli 2007 geen aanspraak had op kinderopvangtoeslag.
Ook het beroep op vertrouwensbescherming faalt, omdat de Belastingdienst niet gebonden is aan mededelingen van de Fiscale inlichtingen- en opsporingsdienst. De uitspraak van de Afdeling treedt in de plaats van de vernietigde delen van de uitspraak van de rechtbank. De Belastingdienst wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellante.
Uitkomst: Het bezwaar van appellante tegen het herzieningsbesluit wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd voor zover de rechtsgevolgen van de besluiten in stand zijn gelaten.