ECLI:NL:RVS:2013:936
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging vergunning vanwege onvoldoende passende beoordeling stikstofdepositie Natura 2000-gebieden
Het college van gedeputeerde staten van Overijssel verleende op 31 januari 2013 een vergunning voor een melkrundveebedrijf nabij diverse Natura 2000-gebieden. Deze vergunning werd verleend op basis van een passende beoordeling, zoals vereist door artikel 19g van de Natuurbeschermingswet 1998, om te waarborgen dat de natuurlijke kenmerken van deze beschermde gebieden niet worden aangetast.
De Coöperatie Mobilisation for the Environment U.A. en de Vereniging Stedelijk Leefmilieu, Groen- en Milieubeheer maakten bezwaar tegen deze vergunning en stelden beroep in nadat het bezwaar ongegrond werd verklaard. Zij voerden aan dat het college ten onrechte volstond met het toepassen van het Beleidskader Natura 2000 en stikstof voor veehouderijen en de daaraan gekoppelde Beleidsregel, zonder een eigen passende beoordeling.
De Raad van State oordeelde dat het college zich niet voldoende had verzekerd dat het project geen negatieve effecten zou hebben op de natuurlijke kenmerken van de betrokken Natura 2000-gebieden. De enkele verwijzing naar het Beleidskader en de Beleidsregel voldeed niet aan de vereisten van artikel 19g van de Nbw 1998. Daarom werd het beroep gegrond verklaard, het besluit op bezwaar vernietigd en het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
De uitspraak benadrukt het belang van een gedegen en zelfstandige passende beoordeling bij vergunningverlening in het kader van Natura 2000, waarbij niet volstaan kan worden met algemene beleidskaders zonder toetsing aan de specifieke situatie.
Uitkomst: Het beroep is gegrond verklaard en het besluit op bezwaar vernietigd wegens onvoldoende passende beoordeling volgens artikel 19g Nbw 1998.