ECLI:NL:RVS:2013:938
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- J.A.W. van Leeuwen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen vernietiging omgevingsvergunning bouwen woning
Het college van burgemeester en wethouders van Hulst verleende op 1 februari 2013 een omgevingsvergunning voor het bouwen van een woning op een perceel met de bestemming 'Agrarisch'. Deze vergunning was gebaseerd op een vrijstellingsbesluit van 20 juli 2010. Een belanghebbende maakte bezwaar tegen de vergunning, dat ongegrond werd verklaard. De voorzieningenrechter verklaarde het beroep van de wederpartij gegrond, vernietigde het bezwaarbesluit en herroept de omgevingsvergunning.
Het college stelde hoger beroep in en verzocht de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak om een voorlopige voorziening. De voorzitter oordeelde dat het vrijstellingsbesluit en het vergunningbesluit als één besluit moeten worden beschouwd, waardoor het bezwaar tegen het vrijstellingsbesluit pas mogelijk is na het vergunningbesluit. Verder stelde de voorzitter vast dat de vergunning niet volgens de vereiste uitgebreide voorbereidingsprocedure was voorbereid, wat een gebrek is dat niet kan worden gepasseerd.
Het college voerde aan dat het vrijstellingsbesluit onherroepelijk was en dat het gebrek in de procedure had moeten worden gepasseerd, maar de voorzitter vond deze argumenten onvoldoende. Er was geen reden om aan te nemen dat de uitspraak in de bodemprocedure niet in stand zou blijven. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen. Tevens werd bepaald dat de bodemzaak versneld zal worden behandeld binnen drie maanden.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de vernietiging van de omgevingsvergunning wordt afgewezen.