ECLI:NL:RVS:2013:959
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging handhavingsbesluit parkeerverbod groot voertuig binnen bebouwde kom Helmond
Het college van burgemeester en wethouders van Helmond legde appellant een last onder dwangsom op om een oprijdwagen met graafmachine van het perceel binnen de bebouwde kom te verwijderen, omdat het voertuig te groot is volgens de APV. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, dat gedeeltelijk werd toegewezen maar de last in stand bleef. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond.
Appellant stelde in hoger beroep dat het college ten onrechte geen beoordeling had gemaakt van de schade aan het uiterlijk aanzien van de gemeente en dat het college onzorgvuldig was in de belangenafweging omtrent het verlenen van ontheffing. De Raad van State oordeelde dat de APV een algemeen parkeerverbod voor voertuigen groter dan 6 meter of hoger dan 2,4 meter binnen de bebouwde kom bevat, tenzij op door het college aangewezen plaatsen. Het college hoeft niet per voertuig te beoordelen of het uiterlijk aanzien wordt geschaad.
Verder is vastgesteld dat het college de belangen van appellant heeft meegewogen en dat geen concreet zicht op legalisatie bestond, mede omdat appellant geen ontheffingsaanvraag had ingediend. Het enkele feit dat slechts één buurtbewoner klaagde, vormt geen bijzondere omstandigheid om van handhaving af te zien. Het hoger beroep is daarom ongegrond en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en het parkeerverbod voor het grote voertuig binnen de bebouwde kom is bevestigd.