ECLI:NL:RVS:2013:98
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- E. Helder
- Rechtspraak.nl
Gedeeltelijke vernietiging bestemmingsplan Oostpolder wegens onvoldoende motivering woonbestemming perceel F3117
De raad van de gemeente Gouda stelde op 10 oktober 2012 het bestemmingsplan "Oostpolder" vast, dat onder meer bestemmingen toekende aan verschillende percelen binnen het plangebied. Appellant betwistte onder andere de bestemming "Wonen" voor het perceel F3117 en verzocht primair om een agrarische bestemming. Hij voerde aan dat het perceel al generaties lang agrarisch werd gebruikt en dat vergelijkbare percelen wel een agrarische bestemming hadden gekregen.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat op het perceel F3117 nog agrarische bedrijfsactiviteiten plaatsvonden ten tijde van de vaststelling van het plan. Wel concludeerde de Afdeling dat het besluit van de raad omtrent de woonbestemming voor dit perceel niet deugdelijk was gemotiveerd, in strijd met artikel 3:46 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Ten aanzien van andere percelen en bestemmingen, zoals "Wonen-Uit te werken" voor perceel F3119 en "Agrarisch met waarden" voor perceel F1405, oordeelde de Afdeling dat de raad zich in redelijkheid op haar standpunten had kunnen stellen. Ook het betoog over het ontbreken van een planologische mogelijkheid voor het realiseren van een hekwerk faalde. Het beroep werd daarom gedeeltelijk gegrond verklaard, het besluit voor het plandeel met bestemming "Wonen" voor perceel F3117 vernietigd, en de raad opgedragen een nieuw besluit te nemen. Tevens werd de raad veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het bestemmingsplan wordt gedeeltelijk vernietigd voor perceel F3117 wegens onvoldoende motivering; de raad moet een nieuw besluit nemen.