ECLI:NL:RVS:2013:995
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- A.B.M. Hent
- C.J. Borman
- Rechtspraak.nl
Vaststelling ongeloofwaardigheid asielrelaas over ontsnapping uit gevangenis
De minister voor Immigratie en Asiel wees op 16 december 2011 de aanvraag van de vreemdeling voor een verblijfsvergunning asiel af. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, waarna de minister hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De kern van het geschil betrof de geloofwaardigheid van het asielrelaas van de vreemdeling, met name zijn verklaring over het ontsnappen uit een streng bewaakte en overbevolkte gevangenis. De staatssecretaris stelde dat het regime streng was en dat het niet aannemelijk was dat de vreemdeling zijn cel kon verlaten en ongezien over een muur kon klimmen, mede gezien zijn slechte lichamelijke conditie.
De rechtbank had het oordeel van de staatssecretaris terzijde geschoven en haar eigen oordeel over de geloofwaardigheid van de ontsnapping gegeven. De Raad van State oordeelde echter dat de beoordeling van geloofwaardigheid aan de staatssecretaris toekomt en dat de rechter slechts terughoudend mag toetsen. De rechtbank had ten onrechte haar eigen oordeel gesteld in plaats van dat van de staatssecretaris.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep van de staatssecretaris gegrond, vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning blijft in stand.