Uitspraak
201007645/1/H2is de Afdeling tot het oordeel gekomen dat de voorzieningenrechter van de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat de brief van 19 oktober 2009 geen besluit is in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Awb. Daarbij heeft de Afdeling overwogen dat het Financieel Reglement deel uitmaakt van het verleningsbesluit en dat de brief van 19 oktober 2009 het Financieel Reglement noch het verleningsbesluit wijzigt. De Afdeling ziet geen aanleiding om thans tot een ander oordeel te komen.
201202924/1/A2) dient de redelijke termijn als bedoeld in artikel 4:51, eerste lid, van de Awb ertoe de subsidieontvanger in staat te stellen maatregelen te treffen om de gevolgen van de gehele of gedeeltelijke beëindiging van de subsidierelatie te ondervangen. Het besluit tot afwijzing van de aanvraag is ILEIA reeds bekend gemaakt op 28 februari 2011. Daarmee is ILEIA een termijn gegeven van tien maanden waarin zij zich kon voorbereiden op de beëindiging van de subsidierelatie op 31 december 2011. Gesteld noch gebleken is dat die termijn voor ILEIA te kort was om de gevolgen hiervan te ondervangen. De rechtbank heeft derhalve terecht in de termijn die ILEIA ter beschikking stond geen grond gezien het besluit van 27 juli 2011 in strijd met artikel 4:51 van Pro de Awb te achten.