Uitspraak
200204616/1en
201006382/1/H1), meer factoren van belang zijn en dat de rechtbank in het licht van de relevante factoren ten onrechte aan het winstoogmerk doorslaggevende betekenis heeft toegekend.
Raad van State
Het college van burgemeester en wethouders van Bronckhorst weigerde op 5 augustus 2010 een reguliere bouwvergunning voor het veranderen van een schuur op een perceel te Zelhem. Wederpartij maakte bezwaar, dat door het college ongegrond werd verklaard. De rechtbank Zutphen verklaarde het beroep van wederpartij gegrond en vernietigde het besluit van het college, waarna het college hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het perceel was bestemd als agrarisch productiegebied en dat de rechtbank ten onrechte doorslaggevende betekenis had toegekend aan het winstoogmerk van wederpartij bij de beoordeling of er sprake was van een reëel agrarisch bedrijf. Wederpartij beschikte over 5,5 hectare grond waarvan het grootste deel werd verhuurd en slechts een klein deel werd gebruikt voor hooibouw met een minimale opbrengst.
Daarnaast was wederpartij voltijds ambtenaar, waardoor de tijdsbesteding aan agrarische activiteiten niet substantieel was. Ook was ten tijde van het besluit op bezwaar niet duidelijk dat wederpartij de agrarische activiteiten wilde uitbreiden. De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van wederpartij ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van wederpartij wordt ongegrond verklaard en het vonnis van de rechtbank vernietigd.