ECLI:NL:RVS:2013:BY8014
Raad van State
- Hoger beroep
- D. Roemers
- A.M. van Meurs-Heuvel
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing vergoeding leerlingenvervoer wegens zelfstandigheid openbaar vervoer
Het college van burgemeester en wethouders van Epe wees de aanvraag van een ouder om vergoeding van kosten voor het leerlingenvervoer van zijn dochter, die een verstandelijke handicap heeft, af. De dochter had in het voorgaande schooljaar zelfstandig met het openbaar vervoer gereisd. De rechtbank Zutphen verklaarde het beroep van de ouder gegrond en vernietigde het besluit van het college, waarbij het begrip 'gehandicapt' in de verordening ruim werd uitgelegd.
Het college stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte voorbijging aan de voorwaarde dat een leerling niet zelfstandig gebruik kan maken van het openbaar vervoer om in aanmerking te komen voor vergoeding. Uit onderzoek bleek dat de dochter zonder noemenswaardige problemen zelfstandig reisde en er geen medische indicatie was die dit zou verhinderen.
De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigde daarom de uitspraak van de rechtbank en het daarop volgende besluit van het college, en verklaarde het beroep van de ouder ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Hiermee werd bevestigd dat de dochter niet in aanmerking komt voor vergoeding van leerlingenvervoer, omdat zij zelfstandig kan reizen.
Uitkomst: Het beroep van de ouder wordt ongegrond verklaard en de eerdere besluiten worden vernietigd omdat de dochter zelfstandig gebruik kan maken van het openbaar vervoer.