Uitspraak
200409054/1en 26 maart 2008 in zaak nr.
200704765/1).
Raad van State
Het college van burgemeester en wethouders van Soest heeft op 26 oktober 2010 de aanvraag van appellant om vrijstelling en een bouwvergunning te verlenen voor de verbouw van een schuur tot woning op een perceel te Soest afgewezen. Deze aanvraag was een herhaling van eerdere aanvragen die eveneens waren afgewezen, zonder dat appellant nieuwe feiten of veranderde omstandigheden had vermeld.
De rechtbank Utrecht verklaarde het beroep van appellant tegen deze afwijzing ongegrond. Appellant stelde in hoger beroep dat hij wel nieuwe feiten had aangedragen, namelijk dat niet zijn woning maar een andere woning op het perceel als niet toegestane tweede woning moest worden aangemerkt. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde echter dat dit geen nieuw gebleken feit of veranderde omstandigheid is zoals bedoeld in artikel 4:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
De Afdeling bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De beslissing is genomen door de voorzitter en leden van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en uitgesproken in het openbaar op 16 januari 2013.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de bouwvergunning wordt bevestigd.