ECLI:NL:RVS:2013:BY8496
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- M. Vlasblom
- C.J. Borman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing vergoeding vervoerskosten school dochter appellante
Appellante verzocht het college van burgemeester en wethouders van Landgraaf om vergoeding van de vervoerskosten van haar dochter voor het schooljaar 2009-2010, welke aanvankelijk werd afgewezen. Na bezwaar werd het besluit herroepen en een vergoeding toegekend op basis van openbaar vervoer voor de jaren 2009-2010 en 2010-2011.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen dit besluit ongegrond. Appellante stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak, stellende dat het college ten onrechte geen kilometervergoeding toekende en onvoldoende rekening hield met de bijzondere omstandigheden van haar dochter, die meer dan anderhalf uur onderweg zou zijn.
De Raad van State oordeelde dat het college voldoende had gemotiveerd waarom vergoeding op basis van openbaar vervoer werd toegekend en niet op basis van een kilometervergoeding. Tevens werd geoordeeld dat het college terecht geen toetsing deed aan de noodzaak van begeleiding van de dochter in het openbaar vervoer, omdat appellante toestemming had gekregen voor eigen vervoer.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.