ECLI:NL:RVS:2013:BY8506
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- J.A. Hagen
- N.S.J. Koeman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank inzake vergoeding planschade na bestemmingsplannen
Appellant verzocht de raad van de gemeente Reusel-De Mierden om vergoeding van planschade veroorzaakt door de bestemmingsplannen "Denestraat Oost" en "Noordelijke omleiding". De raad wees dit verzoek in 2004 af, maar kende in 2008 een gedeeltelijke vergoeding toe. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant gegrond en bepaalde een hogere vergoeding, vermeerderd met wettelijke rente.
In hoger beroep betoogde appellant dat hij mede namens de andere eigenaren van een woning een machtiging had en dat de rechtbank ten onrechte de waarde van die woning slechts gedeeltelijk had vergoed. Tevens stelde appellant dat de proceskostenvergoeding te laag was vastgesteld.
De Raad van State oordeelde dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij namens de andere eigenaren had verzocht om vergoeding, mede omdat de machtiging uit het dossier twijfelachtig was en de aanvraag niet mede namens hen was ondertekend. Ook was het betoog over de proceskostenvergoeding ongegrond omdat appellant het hogere uurtarief niet had onderbouwd.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.