Uitspraak
201012383/1/H3).
201202911/1/A3), vindt dat recht zijn begrenzing in de bescherming van de rechten en vrijheden van anderen. Het doel van de VOG, het beperken van risico’s voor de samenleving, is hiermee in overeenstemming.
Raad van State
De staatssecretaris weigerde op 6 juni 2012 de aanvraag van appellant om een verklaring omtrent het gedrag (VOG) voor het verkrijgen van een chauffeurspas vanwege een eerdere veroordeling voor ontucht met misbruik van gezag. Het bezwaar en het beroep van appellant werden eveneens ongegrond verklaard door respectievelijk de staatssecretaris en de rechtbank 's-Hertogenbosch.
Appellant stelde dat hij onterecht werd geweigerd omdat hij bij verstek was veroordeeld, niet op de hoogte was van de zitting en de uitspraak, en sindsdien geen nieuwe strafbare feiten had gepleegd. Ook voerde hij aan dat de weigering zijn recht op een normaal privéleven en zijn rechten onder artikel 8 EVRM Pro schond.
De Raad van State oordeelde dat de staatssecretaris terecht het objectieve criterium uit de Beleidsregels VOG toepaste, waarbij een zedendelict binnen twintig jaar leidt tot een weigering, zeker bij functies met een afhankelijkheidsrelatie zoals taxichauffeur. De belangenafweging was niet evident disproportioneel, mede omdat appellant niet had betwist dat hij veroordeeld was en de justitiële gegevens als juist konden worden aangenomen.
Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er was geen grond voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de weigering van de VOG-aanvraag vanwege een eerdere veroordeling voor een zedendelict en wijst het hoger beroep af.