ECLI:NL:RVS:2013:BY8564
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- A.B.M. Hent
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging boete wegens niet-werkzaamheid Bulgaarse vreemdelingen
De minister legde aan [wederpartij] een boete van €48.000 op wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav) omdat Bulgaarse en Ghanese vreemdelingen zonder vergunning arbeid zouden hebben verricht. De rechtbank herzag dit en stelde de boete voor de Bulgaarse vreemdelingen vast op nul, omdat zij niet als werknemers konden worden aangemerkt. De minister ging hiertegen in hoger beroep.
De Raad van State overwoog dat volgens het EG-Verdrag en het VWEU een werknemer een vergoeding moet ontvangen voor reële arbeid. Uit het onderzoek bleek dat de Bulgaarse vreemdelingen geen vergoeding hadden ontvangen en dat de minister onvoldoende bewijs had geleverd dat zij als werknemers konden worden aangemerkt. Daarom was er geen overtreding van artikel 2 Wav Pro.
De Raad van State bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep van de minister af. Tevens werd de minister veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en het betalen van griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt ongegrond verklaard en de boete voor de Bulgaarse vreemdelingen blijft vernietigd.