Uitspraak
200708524/1) mist artikel 88 van Pro de Huisvestingswet toepassing, indien een gemeente niet beschikt over water dat geschikt is voor ligplaatsen van woonarken.
Raad van State
Het college van burgemeester en wethouders van Zijpe wees op 17 april 2009 de aanvraag van appellant af voor een vergunning om een ligplaats voor een woonschip in te nemen in de Groote Sloot of elders binnen de gemeente. Appellant maakte bezwaar en stelde beroep in tegen deze besluiten, maar zowel het college als de rechtbank verklaarden deze ongegrond.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat het aanwijzingsbesluit, dat het innemen van ligplaatsen in de gehele gemeente verbiedt, onverbindend zou moeten worden verklaard omdat het de mogelijkheid tot ligplaatsen geheel uitsluit. Tevens stelde appellant dat het onderzoek naar geschikte ligplaatsen onvolledig was omdat een locatie buiten beschouwing was gelaten.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat artikel 88 van Pro de Huisvestingswet niet van toepassing is indien geen geschikt water aanwezig is voor woonarken. Het aanwijzingsbesluit is een concretiserend besluit van algemene strekking dat inmiddels onherroepelijk is geworden doordat er geen rechtsmiddelen tegen zijn aangewend. Hierdoor kan de inhoudelijke toetsing van het onderzoek en de Woonbootnotitie 2009 in deze procedure niet meer plaatsvinden.
Verder werd geoordeeld dat het college bevoegd is terug te komen op eerdere bereidheid tot medewerking aan een ligplaats, mede gelet op het besluit van de gemeenteraad om geen voorbereidingsbesluit te nemen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.