ECLI:NL:RVS:2013:BY9203
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- T.G. Drupsteen
- C.S. Aal
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen last onder dwangsom wegens asbestverontreiniging bodem
Het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland legde op 19 januari 2012 aan verzoeker een last onder dwangsom op wegens overtreding van artikel 13 van Pro de Wet bodembescherming, na het slopen van een schuur waarbij asbest in de bodem terecht zou zijn gekomen.
Verzoeker betwistte de overtreding en stelde dat de verontreiniging niet was aangetoond door onderzoek. Ook voerde hij aan dat het asbest al was verwijderd door bestuursdwang van de gemeente Midden-Delfland. Uit rapporten bleek echter dat de bodem verontreinigd bleef en dat de zorgplicht was geschonden.
Verzoeker stelde tevens dat hij financieel niet in staat was het bodemonderzoek uit te voeren vanwege hoge kosten en beslaglegging op zijn bankrekening. Het college had de begunstigingstermijn meerdere malen verlengd en was voornemens bestuursdwang toe te passen.
De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak concludeerde dat het twijfelachtig is of verzoeker financieel aan de last kan voldoen en besloot daarom het besluit van het college bij wijze van voorlopige voorziening te schorsen. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het besluit tot last onder dwangsom wegens asbestverontreiniging wordt bij wijze van voorlopige voorziening geschorst vanwege twijfel over de financiële mogelijkheid van verzoeker om aan de last te voldoen.