ECLI:NL:RVS:2013:BY9206
Raad van State
- Hoger beroep
- C.J. Borman
- G.J. Deen
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke handhaving detailhandel in strijd met bestemmingsplan
Het college van burgemeester en wethouders van Gennep legde aan [wederpartij] een last onder dwangsom op om de showroomoppervlakte terug te brengen tot 10% van de totale bedrijfsoppervlakte en de verkoop van witgoed te staken. Dit was gebaseerd op het bestemmingsplan "Ovenberg-Sprokkelveld 2005" dat ondergeschikte detailhandel beperkt tot 10% van de bedrijfsoppervlakte en alleen toestaat indien de goederen in directe relatie staan met het bedrijf.
De rechtbank verklaarde het beroep van [wederpartij] gegrond en vernietigde het besluit van het college, omdat het college onvoldoende had gemotiveerd waarom de verkoop van witgoed niet in directe relatie zou staan met de reparatieactiviteiten. Het college stelde in hoger beroep dat verkoop aan particulieren alleen is toegestaan indien deze voortvloeit uit reparatiewerkzaamheden en minder dan 10% van de omzet bedraagt.
De Afdeling oordeelde dat het college terecht handhavend kon optreden omdat [wederpartij] ook witgoed verkoopt los van reparaties, wat in strijd is met het bestemmingsplan. De last tot het volledig staken van verkoop was echter te vergaand. Ook kon niet worden vastgesteld of de showroomoppervlakte de toegestane 10% overschrijdt, waardoor het college niet kon slagen in haar betoog. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Het college werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan [wederpartij].
Uitkomst: Het hoger beroep van het college wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.