Uitspraak
201109052/1/R2zijn bij de beoordeling of het overgangsrecht op een besluit van toepassing is gezien de tekst van artikel IV, vierde lid, van het Wijzigingsbesluit twee elementen van belang. Ten eerste is van belang of het een ontwerp van een besluit betreft waarvoor bij de voorbereiding een MER dient te worden gemaakt op grond van het Besluit m.e.r. (nieuw). Ten tweede is van belang of er voor 1 april 2011 kennisgeving is gedaan van het desbetreffende ontwerp en het ontwerp ter inzage is gelegd.
201007705/1/M2. [appellant] stelt dat bij de voorbereiding van het wijzigingsplan een MER had moeten worden gemaakt, omdat het wijzigingsplan de oprichting, wijziging of uitbreiding van een intensief veeteeltbedrijf mogelijk maakt.
201200076/2/R4) dit bezwaar inhoudelijk behandeld en is op grond van de in die uitspraak opgenomen overwegingen tot een voorlopig rechtmatigheidsoordeel gekomen, inhoudende dat het wijzigingsplan een kaderstellend plan is voor een besluit over een m.e.r.-beoordelingsplichtige activiteit en dat derhalve op grond van artikel 7.2, tweede lid, van de Wet milieubeheer, gelezen in samenhang met artikel 2, derde lid, van het Besluit m.e.r. (oud) bij de voorbereiding van het wijzigingsplan een MER voor plannen had moeten worden gemaakt. De Afdeling ziet in hetgeen in de stukken en het verhandelde ter zitting naar voren is gebracht geen grond om tot een ander oordeel te komen dan de voorzitter in de uitspraak van 1 mei 2012. Dat, zoals ter zitting van de zijde van het college is betoogd, het bedrijf volgens het bestemmingsplan "Buitengebied 1998" niet kan worden aangemerkt als intensief veehouderijbedrijf leidt niet tot een ander oordeel. De Afdeling verwijst ook op dit punt naar hetgeen de voorzitter in de uitspraak van 1 mei 2012, onder 2.4.4, heeft overwogen.