ECLI:NL:RVS:2013:BY9236
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- N.S.J. Koeman
- G. Snijders
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete wegens overtreding huisvestingsvergunningplicht
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam legde appellant een bestuurlijke boete van €6.000 op wegens overtreding van artikel 7, tweede lid, van de Huisvestingswet, omdat hij een woning in gebruik gaf aan personen zonder huisvestingsvergunning. Appellant stelde dat hij ongewild betrokken was bij commerciële exploitatie en betwistte de aantijgingen.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat het college zich terecht baseerde op rapporten van vier huisbezoeken waarin bewoners verklaarden de woning te huren van appellant, die tevens eigenaar was en regelmatig de woning bezocht. De Raad van State bevestigt dit oordeel na beoordeling van de aangevoerde gronden in hoger beroep.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat de verklaringen van bewoners en de huisbezoeken voldoende bewijs vormen dat appellant de woning in gebruik gaf aan personen zonder vergunning. De aanvullende verklaring van een bewoner over een constructie met een derde partij weegt niet zwaarder dan de eerdere verklaringen en rapporten.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de boete van €6.000 wegens overtreding van de Huisvestingswet.