ECLI:NL:RVS:2013:BY9623
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins de Vin
- A.B.M. Hent
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende aannemelijkheid bescherming Afghanistan
De vreemdeling heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister voor Immigratie en Asiel om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af te wijzen. De voorzieningenrechter heeft dit beroep ongegrond verklaard, waarna de vreemdeling hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De vreemdeling stelde dat hij vanwege zijn werkzaamheden tegen papaverteelt een extreem hoog veiligheidsrisico liep en dat de Afghaanse autoriteiten niet in staat waren adequate bescherming te bieden. Hij voerde aan dat het vragen van bescherming bij de politie gevaarlijk en zinloos was. De staatssecretaris stelde daartegenover dat de vreemdeling zelf had gezocht naar bescherming bij de Afghaanse politie, die hem een noodtelefoonnummer had gegeven. Hoewel de vreemdeling geen gehoor kreeg, had hij zich opnieuw moeten melden of via zijn werkgever, de Verenigde Naties, bescherming moeten zoeken.
De Raad van State overwoog dat het landgebonden asielbeleid inzake Afghanistan vereist dat een asielzoeker aannemelijk maakt waarom bescherming niet effectief kan worden geboden. De vreemdeling had nagelaten voldoende inspanningen te verrichten om bescherming te verkrijgen. Daarom was het oordeel van de voorzieningenrechter dat de staatssecretaris terecht het standpunt innam dat de vreemdeling niet aannemelijk had gemaakt dat hij geen bescherming kon krijgen, juist.
Het hoger beroep werd dan ook kennelijk ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel bevestigd.