ECLI:NL:RVS:2013:BY9917
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- R.W.L. Loeb
- A.G. Biharie
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening verkoop softdrugs na sluiting horeca-inrichting
Bij besluit van 4 mei 2012 heeft de burgemeester de sluiting van een door verzoeker geëxploiteerde horeca-inrichting gelast voor de duur van zes maanden, ingaande 15 mei 2012. Tevens werd medegedeeld dat de verkoop van softdrugs na afloop van de sluiting niet langer zal worden gedoogd. Verzoeker maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door de burgemeester op 25 juli 2012 ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het daarop ingestelde beroep eveneens ongegrond bij uitspraak van 14 november 2012.
Verzoeker stelde hoger beroep in en verzocht de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State om een voorlopige voorziening te treffen, zodat hij de verkoop van softdrugs tijdens het hoger beroep kon hervatten. De voorzitter behandelde het verzoek op 17 januari 2013.
De voorzitter overwoog dat de sluiting op 18 januari 2013 was geëindigd, waardoor het spoedeisend belang voor de gevraagde voorziening ontbrak. Voor zover het verzoek zag op de periode na de sluiting, kon de voorlopige voorziening niet worden toegekend omdat het bestreden besluit de sluiting betrof en niet de intrekking van de gedoogstatus. Verzoeker kan tegen eventuele handhaving na de sluiting rechtsmiddelen aanwenden. Het verzoek werd daarom afgewezen zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening om de verkoop van softdrugs te hervatten is afgewezen.