ECLI:NL:RVS:2013:BY9917

Raad van State

Datum uitspraak
24 januari 2013
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
201211913/2/A3
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • R.W.L. Loeb
  • A.G. Biharie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 Awb
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening verkoop softdrugs na sluiting horeca-inrichting

Bij besluit van 4 mei 2012 heeft de burgemeester de sluiting van een door verzoeker geëxploiteerde horeca-inrichting gelast voor de duur van zes maanden, ingaande 15 mei 2012. Tevens werd medegedeeld dat de verkoop van softdrugs na afloop van de sluiting niet langer zal worden gedoogd. Verzoeker maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door de burgemeester op 25 juli 2012 ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het daarop ingestelde beroep eveneens ongegrond bij uitspraak van 14 november 2012.

Verzoeker stelde hoger beroep in en verzocht de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State om een voorlopige voorziening te treffen, zodat hij de verkoop van softdrugs tijdens het hoger beroep kon hervatten. De voorzitter behandelde het verzoek op 17 januari 2013.

De voorzitter overwoog dat de sluiting op 18 januari 2013 was geëindigd, waardoor het spoedeisend belang voor de gevraagde voorziening ontbrak. Voor zover het verzoek zag op de periode na de sluiting, kon de voorlopige voorziening niet worden toegekend omdat het bestreden besluit de sluiting betrof en niet de intrekking van de gedoogstatus. Verzoeker kan tegen eventuele handhaving na de sluiting rechtsmiddelen aanwenden. Het verzoek werd daarom afgewezen zonder proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening om de verkoop van softdrugs te hervatten is afgewezen.

Uitspraak

201211913/2/A3.
Datum uitspraak: 24 januari 2013
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht; hierna: Awb), hangende het hoger beroep van:
[verzoeker], wonend te Den Haag,
tegen de uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage van 14 november 2012 in zaak nr. 12/7588 in het geding tussen:
[verzoeker]
en
de burgemeester van Den Haag.
Procesverloop
Bij besluit van 4 mei 2012 heeft de burgemeester de sluiting met ingang van 15 mei 2012 voor zes maanden gelast van de door [verzoeker] uitgebate [horeca-inrichting] aan de [locatie]. Daarbij heeft de burgemeester hem voorts medegedeeld dat de verkoop van softdrugs in deze horeca-inrichting ook na afloop van de sluiting niet langer zal worden gedoogd.
Bij besluit van 25 juli 2012 heeft de burgemeester het door [verzoeker] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Bij uitspraak van 14 november 2012 heeft de rechtbank het door [verzoeker] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft [verzoeker] hoger beroep ingesteld. Voorts heeft hij de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 17 januari 2013, waar [verzoeker], bijgestaan door mr. A. de Groot, advocaat te Den Haag, en de burgemeester, vertegenwoordigd door mr. E.P. Alonso, werkzaam in dienst van de gemeente, zijn verschenen.
Overwegingen
1.    Het verzoek strekt ertoe dat bij wijze van voorlopige voorziening wordt bepaald dat [verzoeker] de verkoop van softdrugs in de horeca-inrichting, hangende het hoger beroep, kan hervatten.
2.    De sluiting is op 18 januari 2013 afgelopen. In zoverre ontbreekt een spoedeisend belang voor het treffen van de gevraagde voorziening.
Voor zover het verzoek ziet op de periode na afloop van de sluiting, geldt dat de gevraagde voorziening niet kan worden getroffen. De aangevallen uitspraak betreft de sluiting van de horeca-inrichting, niet de intrekking van de zogenoemde gedoogstatus. Indien de burgemeester na afloop van de sluiting handhavend tegen de verkoop van softdrugs in de horeca-inrichting optreedt, staat het [verzoeker] vrij daartegen desgewenst rechtsmiddelen aan te wenden.
3.    Het verzoek dient te worden afgewezen.
4.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. R.W.L. Loeb, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. A.G. Biharie, ambtenaar van staat.
w.g. Loeb    w.g. Biharie
voorzitter    ambtenaar van staat
Uitgesproken in het openbaar op 24 januari 2013
611.