ECLI:NL:RVS:2013:BY9934
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- A. Hammerstein
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Afwijzing standplaatsvergunning wegens risico op verstoring openbare orde
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag wees op 29 april 2010 de aanvraag van appellant voor een standplaatsvergunning af wegens overwegend bezwaar uit oogpunt van openbare orde, mede gebaseerd op strafrechtelijke antecedenten van appellant. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze afwijzing ongegrond. Appellant stelde dat de afwijzing onvoldoende was gemotiveerd en dat zijn antecedenten geen verband hielden met een concrete verstoring van de openbare orde.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overwoog dat hoewel strafrechtelijke antecedenten geen zelfstandige grond voor weigering zijn, het college deze wel mag betrekken bij de beoordeling van het risico op verstoring van de openbare orde. Gezien de recente en herhaalde geweldsdelicten van appellant en de kwetsbare situatie op het Tesselseplein was het college gerechtvaardigd in haar oordeel.
De Afdeling bevestigde de uitspraak van de rechtbank en verwierp het hoger beroep van appellant. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de standplaatsvergunning bevestigd wegens risico op verstoring van de openbare orde.