Uitspraak
200903089/1/M1, is voor de vraag of een object op grond van de Wet milieubeheer moet worden beschermd tegen nadelige gevolgen voor het milieu niet de planologische status van dat object, maar het feitelijke gebruik dat van dat object wordt gemaakt, doorslaggevend. Niet in geschil is dat de noodwoning aan de [locatie] permanent werd bewoond. Voorts heeft de raad ter zitting gesteld dat het permanente gebruik van de woning na verlening van de bouwvergunning voor een recreatiewoning in 1991 is voortgezet. [appellant] heeft dit niet bestreden, zodat de Afdeling het ervoor houdt dat de woning ten tijde van het nemen van het bestreden besluit permanent werd bewoond. Daargelaten de vraag of de woning dient te worden aangemerkt als noodwoning danwel als recreatiewoning, heeft de raad zich gelet op het vorenstaande terecht op het standpunt gesteld dat met de toekenning van de woonbestemming aan de woning aan de [locatie] geen sprake is van nadeliger gevolgen voor de bedrijfsvoering van [appellant]. In verband met de bedrijfsvoering diende immers reeds met het permanente gebruik van de woning rekening te worden houden. Dit betoog faalt.