Uitspraak
200910174/1/H1, heeft de Afdeling het tegen die uitspraak ingestelde hoger beroep ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. Het tegen deze uitspraak ingediende herzieningsverzoek is bij uitspraak van 21 maart 2012, in zaak nr.
201103716/1/A1, voor zover ontvankelijk, afgewezen.
200801932/1/R1), rust op het gemeentebestuur de plicht zich voldoende te informeren omtrent de archeologische situatie in het gebied alvorens bij het plan uitvoerbare bestemmingen kunnen worden aangewezen en concrete bouwregels voor die bestemmingen kunnen worden vastgesteld.
200508135/1, wordt blijkens voornoemd artikel en de bijlage met de tabellen geen onderscheid gemaakt tussen nieuwe nog te bouwen en feitelijk reeds aanwezige kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten. Nu de doorzet van het LPG-tankstation blijkens de milieuvergunning (thans: omgevingsvergunning voor de activiteit milieu) niet meer dan 1000 m³ mag bedragen en het plan, gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, binnen een afstand van 110 m vanaf het LPG-vulpunt zowel kwetsbare als beperkt kwetsbare objecten mogelijk maakt, zijn de aanduiding "vulpunt lpg" en artikel 23, lid 23.3, van de planregels niet in overeenstemming met artikel 2, eerste lid, onder a, van de Revi.
200801932/1/R1) is de Afdeling van oordeel dat op het gemeentebestuur de plicht rust zich voldoende te informeren omtrent de archeologische situatie in een gebied alvorens bij een plan uitvoerbare bestemmingen kunnen worden aangewezen en concrete bouwregels voor die bestemmingen kunnen worden vastgesteld. Het onderzoek dat nodig is voor de bescherming van archeologische (verwachtings)waarden kan blijkens de geschiedenis van de totstandkoming van artikel 38a van de Monumentenwet (Kamerstukken II 2003/04, 29 259, nr. 3, blz. 46) bestaan uit het raadplegen van beschikbaar kaartmateriaal, maar wanneer het beschikbare kaartmateriaal ontoereikend is, zal plaatselijk bodemonderzoek in de vorm van proefboringen, proefsleuven of anderszins nodig zijn.