Uitspraak
201002877/1/V6(hierna: de uitspraak van 2 februari 2011), aan dat hij - als zelfstandige met de Turkse nationaliteit, die is ingeschreven bij de Kamer van Koophandel - rechten ontleent aan het Aanvullend Protocol en een beroep kan doen op de daarin neergelegde standstill-bepaling. [appellant] voert voorts aan dat, zoals de Afdeling heeft overwogen in de uitspraak van 2 februari 2011, het verbod op het verrichten van arbeid door een vreemdeling zonder vergunning, als bedoeld in artikel 2 van Pro de Wav 1964, ten tijde van de inwerkingtreding van het Aanvullend Protocol niet werd gehandhaafd. Het thans stellen van de eis van een tewerkstellingsvergunning is, aldus [appellant], in zoverre een nieuwe beperking in de zin van de standstill-bepaling van het Aanvullend Protocol. [appellant] voert voorts, onder verwijzing naar een uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 6 december 2011 in zaak nr. 11/3906, aan dat het door de minister gehanteerde werkgeversbegrip thans ruimer is dan ten tijde van de inwerkingtreding van het Aanvullend Protocol. Voorts zijn de boetebedragen verhoogd sinds de introductie van de bestuurlijke boete in de Wav. Ook dit zijn beperkingen in de zin van de standstill-bepaling, aldus [appellant].
201203733/1/V6). Ook bij de toepassing van deze beleidsregels en de daarin vastgestelde boetebedragen dient de minister in elk voorkomend geval te beoordelen of die toepassing strookt met de hiervoor bedoelde eisen die aan de aanwending van de bevoegdheid tot het opleggen van een boete moeten worden gesteld. Indien dat niet het geval is, dient de boete, in aanvulling op of in afwijking van het beleid, zodanig te worden vastgesteld dat het bedrag daarvan passend en geboden is.