Uitspraak
201107379/2/H4, is met artikel IV van het wijzigingsbesluit niet beoogd het Besluit mer (nieuw) onmiddellijke werking te laten hebben voor gevallen waarin de activiteit waarvoor vóór 1 april 2011 een aanvraag om milieuvergunning is ingediend door het bevoegd gezag niet was aangemerkt als mer-plichtig of mer-beoordelingsplichtig, omdat de drempelwaarden niet waren overschreden. Gelet op hetgeen onder 1 is overwogen, kan [appellant] ook in dit verband niet worden gevolgd in zijn stelling dat moet worden uitgegaan van 4 mei 2011 als datum waarop pas een volledige aanvraag was ingediend.
201006537/1/M2, dient, anders dan [appellant] ter zitting heeft gesteld, voor het toetsen aan de drempelwaarden zoals opgenomen in de bijlage van het Besluit mer te worden uitgegaan van de toename van het aantal vergunde dieren. De toename van het vergunde aantal dieren overschrijdt de drempelwaarden voor het houden van vleesvarkens en opfokzeugen van categorie 14 van onderdeel D van de bijlage behorende bij het Besluit mer (oud) niet. Derhalve ontbreekt in zoverre de verplichting tot het opstellen van een mer.
201004411/1/M2), dient het bevoegd gezag, gelet op het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen van 15 oktober 2009, Commissie tegen Nederland, C-255/08 (www.curia.europa.eu), te kijken naar andere factoren als bedoeld in bijlage III van de mer-richtlijn, die aanleiding kunnen geven tot het opstellen van een mer, ondanks de omstandigheid dat de drempelwaarden zoals genoemd in de bijlage bij het Besluit mer niet worden overschreden. In deze bijlage zijn kenmerken van het project, plaats van het project en kenmerken van het potentiële effect als omstandigheden genoemd waarmee het bevoegd gezag rekening dient te houden bij de beoordeling of een milieueffectrapport opgesteld dient te worden. Ook blijkt uit het arrest dat de cumulatie met andere projecten in overweging moet worden genomen.