Uitspraak
200106333/1volgt dat een aankondiging als bedoeld in artikel 4:51 van Pro de Awb een besluit als bedoeld in artikel 1:3, eerste lid, van de Awb is, omdat de bescherming waarin artikel 4:51 van Pro de Awb voorziet niet tot haar recht komt indien de bekendmaking van het voornemen tot gehele of gedeeltelijke weigering van de subsidie wordt gezien als een aankondiging zonder rechtsgevolg.
200603663/1en 30 juni 2010 in zaak nr.
201000630/1/H2als uitgangspunt genomen dat de subsidieverstrekker een grote mate van beleidsvrijheid heeft bij het verlenen, verminderen of beëindigen van een subsidie als de onderhavige. De rechtbank heeft voorts op goede gronden geoordeeld dat, indien aan het einde van een subsidietijdvak veranderde inzichten bestaan op grond waarvan het bestuursorgaan de subsidieverlening zou willen verminderen of beëindigen, niet snel sprake is van schending van de rechtszekerheid. Anders dan de Toneelmakerij betoogt, betekent de gekozen opzet van de culturele basisinfrastructuur voor de periode 2009-2012, wat hiervan ook zij, niet, dat, in afwijking van het hiervoor genoemde uitgangspunt, die opzet ook op lange termijn zou moeten worden gehandhaafd. Dit zou immers betekenen dat de staatssecretaris voor de volgende periode zijn inzichten niet ten nadele van de Toneelmakerij had mogen wijzigen, als gevolg van het enkele feit dat hij voor een eerdere periode een beleid heeft geformuleerd, op grond waarvan aan haar subsidie is verleend. Voor toepassing van een consistentiebeginsel als door de Toneelmakerij bedoeld is om die reden geen plaats. Hieruit volgt eveneens dat de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat de staatssecretaris door de beleidswijziging als zodanig het vertrouwensbeginsel en het rechtszekerheidsbeginsel niet heeft geschonden. Dat de Toneelmakerij in die periode op een bepaalde wijze vorm heeft gegeven aan haar activiteiten staat evenmin in de weg aan de mogelijkheid om het beleid te wijzigen. Van de staatssecretaris kon niet worden gevergd dat hij reeds op grond van de gestelde hoogwaardige kwaliteit van die activiteiten gehouden zou zijn de subsidie in een volgend tijdvak op minimaal dezelfde wijze voort te zetten.