Uitspraak
200909070/1/R2en van 1 juni 2011, met nummer
201011172/1/R2.
201006022/1/R1en 29 december 2010,
201003274/1/R3.
Raad van State
De raad van de gemeente Lemsterland stelde op 7 mei 2012 het bestemmingsplan "De Polle te Lemmer" vast, dat woningbouw en commerciële voorzieningen mogelijk maakt op een voormalig havengebonden bedrijventerrein. Appellant, eigenaar van een aangrenzend perceel met bedrijfsbestemming, stelde beroep in tegen dit besluit vanwege mogelijke nadelige effecten op zijn bedrijf en het woon- en leefklimaat van de nieuwe woningen.
Appellant voerde aan dat de richtafstanden uit de VNG-brochure niet werden aangehouden, dat de geluidsbelasting onderschat werd en dat de kwalificatie van het gebied als gemengd gebied onjuist was. Ook stelde hij bezwaren tegen de parkeervoorzieningen, het maximale aantal woningen en de bescherming van cultuurhistorische waarden.
De raad verdedigde het plan, onderbouwd met akoestisch onderzoek en planregels die voldoende parkeerruimte garanderen. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de richtafstanden indicatief zijn en dat het plan een aanvaardbaar woon- en leefklimaat waarborgt. De bescherming van cultuurhistorische waarden is volgens de Afdeling adequaat geregeld en het beroep van appellant biedt geen aanleiding het besluit te vernietigen.
De Afdeling concludeert dat het bestemmingsplan voldoet aan de eisen van een goede ruimtelijke ordening en dat het beroep ongegrond is. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het bestemmingsplan De Polle te Lemmer wordt ongegrond verklaard.