Uitspraak
200906283/1/R2is een bestemmingsplan bij uitstek het ruimtelijke instrument waarin de wenselijke toekomstige ontwikkeling van een gebied wordt neergelegd en is dit kaderstellend voor verdere ruimtelijke besluitvorming. De raad kan - zoals in het onderhavige geval - in het kader van een noodzakelijke actualisering van verouderde bestemmingsplannen kiezen voor een conserverend en beheersgericht plan. Het past evenwel niet om daarin niet op te nemen een nieuwe planologische ontwikkeling die is voorzien in een vóór de planvaststelling op basis van het voorheen geldende bestemmingsplan vastgesteld wijzigingsplan om reden dat dat wijzigingsplan nog niet in rechte onaantastbaar is geworden. Daarbij komt in dit geval dat voor de realisering van deze ontwikkeling vóór de planvaststelling een omgevingsvergunning is verleend en de raad heeft aangegeven zich met die ontwikkeling en het desbetreffende bouwplan te kunnen verenigen. De opstelling van de raad, die er in feite op neerkomt dat alleen in rechte onaantastbare planologische titels in een bestemmingsplan worden opgenomen, spoort niet met de systematiek van de Wet ruimtelijke ordening (hierna: Wro).