Uitspraak
200903938/1/H2) is de in artikel 34c, derde lid gestelde termijn een termijn van openbare orde met een fataal karakter. Dat, als gesteld, de raad in het verleden dergelijke aanvragen inhoudelijk heeft behandeld maakt, anders dan [appellant] heeft aangevoerd, niet dat de raad thans in strijd met artikel 34c van de Wrb de aanvraag inhoudelijk moest beoordelen. Aan de door [appellant] overgelegde publicatie kan niet de betekenis worden gehecht die [appellant] daaraan gehecht wenst te zien. Daarin is slechts uitleg gegeven van de verschillende mogelijkheden die een rechtzoekende heeft bij de afwijzing van een toevoeging op financiële gronden.