Uitspraak
200801181/1) onderscheidt een uit- of aanbouw zich van het hoofdgebouw waartoe hij behoort doordat hij uit architectonisch oogpunt herkenbaar is als een afzonderlijke en duidelijk ondergeschikte aanvulling op dat hoofdgebouw, waarmee hij in functioneel opzicht is verbonden. Uit de bij de aanvraag van 10 mei 2011 behorende bouwtekeningen volgt dat de serre een plat dak heeft met een evenwijdig aan de gevel voorziene, schuin aflopende lichtstraat en uitsluitend op de begane grond een bouwlaag is voorzien, terwijl de woning een verdieping en een kap heeft. De serre is aldus uit architectonisch oogpunt herkenbaar als een afzonderlijke en duidelijk ondergeschikte aanvulling op de woning. Dat de serre over de gehele breedte van de achtergevel is voorzien doet aan die herkenbaarheid niet af. Niet in geschil is dat de serre in functioneel opzicht met de woning is verbonden. Gelet hierop heeft het college de serre terecht als een aanbouw in de zin van artikel 13 van Pro de planvoorschriften aangemerkt. De rechtbank heeft terecht geen grond gevonden voor een ander oordeel.