ECLI:NL:RVS:2013:BZ1677

Raad van State

Datum uitspraak
20 februari 2013
Publicatiedatum
8 april 2013
Zaaknummer
201205018/1/A4
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • Y.E.M.A. Timmerman-Buck
  • J.A.A. van Roessel
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8.4 WmArt. 20.1 WmArt. 1:2 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep tegen revisievergunning containerterminal wegens gebrek aan belanghebbende

Het college van burgemeester en wethouders van Bergen op Zoom verleende op 22 maart 2012 een revisievergunning aan Markiezaat Container Terminal B.V. voor een containerterminal op een perceel aan de Vierlinghweg te Bergen op Zoom. Appellant, wonende op circa 680 meter afstand binnen de bebouwde kom, stelde beroep in tegen dit besluit.

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat appellant geen belanghebbende is in de zin van artikel 1:2, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, omdat hij gelet op de afstand en de tussengelegen bebouwing niet aannemelijk milieugevolgen van de inrichting ondervindt. Hierdoor is het beroep niet-ontvankelijk.

De Afdeling behandelde de zaak op zitting op 25 januari 2013, waarbij het college en Markiezaat Container Terminal B.V. werden gehoord. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd op 20 februari 2013 in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: Het beroep van appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een rechtstreeks belang.

Uitspraak

201205018/1/A4.
Datum uitspraak: 20 februari 2013
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak in het geding tussen:
[appellant], wonend te Bergen op Zoom,
en
het college van burgemeester en wethouders van Bergen op Zoom,
verweerder.
Procesverloop
Bij besluit van 22 maart 2012 heeft het college aan Markiezaat Container Terminal B.V. een revisievergunning als bedoeld in artikel 8.4, eerste lid, van de Wet milieubeheer verleend voor een containerterminal op het perceel Vierlinghweg ongenummerd te Bergen op Zoom.
Tegen dit besluit heeft [appellant] beroep ingesteld.
Het college heeft een verweerschrift ingediend.
[appellant] heeft nadere stukken ingediend.
De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.
De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 25 januari 2013, waar het college, vertegenwoordigd door J.B.J.M. Merkx en R. Vliex, is verschenen. Voorts is ter zitting Markiezaat Container Terminal B.V., vertegenwoordigd door W.J. Dirks en A.A. van der Voorst, gehoord.
Overwegingen
1.    Op 1 oktober 2010 is de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) in werking getreden. Bij de invoering van deze wet is een aantal andere wetten gewijzigd. Uit het overgangsrecht van de Invoeringswet Wabo volgt dat de wetswijzigingen niet van toepassing zijn op dit geding. In deze uitspraak worden dan ook de wetten aangehaald, zoals zij luidden voordat zij bij invoering van de Wabo werden gewijzigd.
2.    Het college stelt dat [appellant] geen belanghebbende is bij het bestreden besluit omdat hij op te grote afstand van de inrichting woont.
2.1.    Ingevolge artikel 20.1, eerste lid, van de Wet milieubeheer kan tegen een besluit op grond van deze wet beroep worden ingesteld door een belanghebbende.
Ingevolge artikel 1:2, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht wordt onder belanghebbende verstaan: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken.
2.2.    Bij een besluit tot het verlenen of wijzigen van een vergunning krachtens de Wet milieubeheer zijn naast de aanvrager onder meer de eigenaren en bewoners van percelen waarop milieugevolgen van de inrichting kunnen worden ondervonden belanghebbenden.
2.3.    [appellant] woont op ongeveer 680 m van de inrichting binnen de bebouwde kom van Bergen op Zoom. Het gebied binnen de eerste 350 m vanaf zijn woning tot de inrichting bestaat uit vrijwel aaneengesloten bebouwing. Gelet op de aard van de inrichting, de afstand tot de inrichting en de tussengelegen bebouwing, is het niet aannemelijk dat [appellant] ter plaatse van zijn woning milieugevolgen van de inrichting ondervindt. Derhalve is hij geen belanghebbende als bedoeld in artikel 1:2, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
3.    Het beroep is niet-ontvankelijk.
4.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Recht doende in naam der Koningin:
verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Aldus vastgesteld door mr. Y.E.M.A. Timmerman-Buck, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. J.A.A. van Roessel, ambtenaar van staat.
w.g. Timmerman-Buck    w.g. Van Roessel
lid van de enkelvoudige kamer    ambtenaar van staat
Uitgesproken in het openbaar op 20 februari 2013
457-687.