ECLI:NL:RVS:2013:BZ2334
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- N. Verheij
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige vreemdelingenbewaring wegens onrechtmatig binnentreden en staandehouding
De vreemdeling werd op 12 december 2012 in vreemdelingenbewaring gesteld na een onrechtmatig binnentreden in haar woning en een daaropvolgende onrechtmatige staandehouding tijdens haar nachtrust. De rechtbank had het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard, maar de Raad van State oordeelde anders.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat het binnentreden en de staandehouding onrechtmatig waren en dat deze onrechtmatigheid de rechtmatigheid van de bewaring aantastte, omdat de belangen van de bewaring niet in redelijke verhouding stonden tot de ernst van het gebrek. De staatssecretaris had geen zwaarwegende belangen aangevoerd om dit te rechtvaardigen.
De Raad van State vernietigde het vonnis van de rechtbank, verklaarde het beroep gegrond, en bepaalde dat de vrijheidsontnemende maatregel per direct werd opgeheven. Tevens werd aan de vreemdeling een schadevergoeding toegekend voor de periode van 12 december 2012 tot 1 februari 2013, en werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de vreemdelingenbewaring wordt opgeheven en er wordt een schadevergoeding toegekend.