ECLI:NL:RVS:2013:BZ2372

Raad van State

Datum uitspraak
7 februari 2013
Publicatiedatum
8 april 2013
Zaaknummer
201204009/1/T2/A2
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:51a Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek om verlenging hersteltermijn voor gebrekkig bestuursbesluit door gemeenteraad

De gemeenteraad van Bergen heeft verzocht om verlenging van de bij tussenuitspraak bepaalde termijn voor het herstellen van een gebrek in een bestuursbesluit. Dit verzoek werd gedaan omdat het ingeschakelde adviesbureau het benodigde advies pas in de eerste week van februari 2013 kon uitbrengen, waardoor besluitvorming niet eerder dan 18 april 2013 mogelijk was.

De Afdeling bestuursrechtspraak benadrukte dat de hersteltermijn een bindende termijn is, die slechts in bijzondere gevallen kan worden verlengd. Het verzoek tot verlenging werd binnen de gestelde termijn ingediend en de belangen van de tegenpartij waren niet zodanig zwaarwegend dat verlenging moest worden geweigerd.

Daarom besloot de Afdeling de termijn eenmalig te verlengen tot en met 18 april 2013, met de nadruk dat verdere verlenging niet zal worden toegestaan. De uitspraak werd gedaan door voorzitter J.H. van Kreveld en leden C.J.M. Schuyt en C.J. Borman, in aanwezigheid van ambtenaar van staat H.J.C. van Geel.

Uitkomst: De hersteltermijn voor het gebrekkige bestuursbesluit is eenmalig verlengd tot en met 18 april 2013.

Uitspraak

201204009/1/T2/A2.
Datum beschikking: 7 februari 2013
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Beschikking van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek van:
de raad van de gemeente Bergen (NH),
verzoeker,
om verlenging (artikel 8:51a, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht) van de bij tussenuitspraak van 19 december 2012 in zaak nr. 201204009/1/T1/A2 bepaalde termijn voor het herstellen van het bij die uitspraak geconstateerde gebrek in het bestreden besluit.
Procesverloop
Bij tussenuitspraak van 19 december 2012 heeft de Afdeling de raad opgedragen om binnen acht weken na de verzending daarvan het gebrek in het bestreden besluit te herstellen.
Bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 29 januari 2013, heeft de raad de Afdeling verzocht om deze termijn te verlengen.
Bij brief van 1 februari 2013 heeft [X] een reactie ingediend.
Overwegingen
1. De raad heeft verzocht om verlenging van de hersteltermijn, omdat het adviesbureau dat hij heeft aangezocht voor een nader advies eerst in staat is dit de eerste week van februari 2013 uit te brengen. Gelet op de aanlevertermijnen van de (besluit)stukken kan de raad daardoor pas op zijn vroegst in de vergadering van 18 april 2013 een nieuw besluit ter zake nemen.
2. De voor herstel van een gebrek in het bestreden besluit bepaalde termijn is een bindende termijn. Slechts in bijzondere gevallen kan na een gemotiveerd verzoek verlenging van deze termijn worden verleend. Het verzoek moet binnen de bij de tussenuitspraak bepaalde termijn worden ingediend.
3. De raad heeft een adviesbureau ingeschakeld om een nader advies uit te brengen. Nu door het tijdstip van toezending van het gevraagde advies het eerste moment waarop besluitvorming door de raad kan plaatsvinden de raadsvergadering van 18 april 2013 is en de door [X] gestelde belangen niet zodanig groot zijn dat verlenging van de termijn als verzocht door de raad om die reden achterwege zou moeten blijven, bestaat aanleiding die termijn eenmalig te verlengen. Verdere verlenging zal niet worden toegestaan.
Beschikking
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
verlengt de bij haar uitspraak van 19 december 2012 bepaalde termijn tot en met 18 april 2013.
Aldus vastgesteld door mr. J.H. van Kreveld, voorzitter, en mr. C.J.M. Schuyt en mr. C.J. Borman, leden, in tegenwoordigheid van mr. H.J.C. van Geel, ambtenaar van staat.
w.g. Van Kreveld
voorzitter w.g. Van Geel
ambtenaar van staat
Uitgesproken in het openbaar op 7 februari 2013
125.
Verzonden: 7 februari 2013
Voor eensluidend afschrift,
de secretaris van de Raad van State,
mr. H.H.C. Visser