Uitspraak
200905722/1/R3heeft overwogen, maakt het bieden van inspraak voorafgaand aan de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan geen deel uit van de in de Wet ruimtelijke ordening (hierna: Wro) en het Besluit ruimtelijke ordening (hierna: Bro) geregelde bestemmingsplanprocedure. Het schenden van een inspraakverplichting heeft daarom geen gevolgen voor de rechtmatigheid van de bestemmingsplanprocedure en het bestemmingsplan.
201108336/1/T1/R1) betekent de omstandigheid dat het bestemmingsplan kan leiden tot een overaanbod aan hotelkamers in het verzorgingsgebied en een mogelijke sluiting van bestaande hotels, niet dat de raad gehouden is in het kader van het bestemmingsplan terzake regulerend op te treden. De raad is hiertoe slechts gehouden indien gelet op het berekende overaanbod aannemelijk is dat het bestemmingsplan voor zover daarin een hotel mogelijk gemaakt worden, economisch niet uitvoerbaar is. In de niet cijfermatig onderbouwde stelling van de maatschap en [appellant sub 2] en anderen dat bestaande hotels moeite hebben om tot een redelijke bezetting en exploitatie te komen, wordt geen grond gevonden voor het oordeel dat sprake is van een dusdanig overaanbod dat aannemelijk is dat het bestemmingsplan economisch niet uitvoerbaar is. Evenmin wordt hiervoor grond gevonden in de stellingen dat uit een artikel in dagblad De Limburger volgt dat sprake is van verpaupering van leegstaande hotels, dat hotelgasten overlast zullen ondervinden van de nabij gelegen cafés en dat de vermoedelijke koper van het hotel zijn financiële middelen mogelijk niet op legale wijze heeft verkregen. Overigens heeft de raad erop gewezen dat de betrouwbaarheid van de eigenaren en exploitanten van het hotel aan de orde komt bij de toets op basis van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (hierna: Wet bibob) in het kader van de verlening van de benodigde omgevingsvergunning.