ECLI:NL:RVS:2013:BZ2796
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- R. van der Spoel
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing weigering verblijfsvergunning op grond van traumabeleid na gewelddadigheden Gatumba
De zaak betreft het hoger beroep van de staatssecretaris tegen een uitspraak van de rechtbank die de weigering van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd aan de vreemdeling vernietigde. De vreemdeling stelde dat haar ouders op 13 augustus 2004 bij de gewelddadigheden in Gatumba om het leven zijn gekomen. Dit werd onderbouwd met overlijdensaktes en erkend door de staatssecretaris.
De staatssecretaris voerde aan dat de vreemdeling niet wist wie verantwoordelijk waren voor de dood van haar ouders, dat de namen van haar ouders niet op de lijst van slachtoffers stonden en dat de aanval vooral op Congolese Tutsi's was gericht, niet op Burundese vluchtelingen zoals haar ouders. De rechtbank en de Raad van State oordeelden echter dat deze argumenten onvoldoende gemotiveerd waren en dat het ambtsbericht en andere bronnen de betrokkenheid van de FNL en mogelijk ook andere groeperingen aannemelijk maken.
De Raad van State stelde vast dat de staatssecretaris in strijd met artikel 3:46 van Pro de Algemene wet bestuursrecht ondeugdelijk had gemotiveerd waarom de vreemdeling niet in aanmerking zou komen voor een verblijfsvergunning op grond van artikel 29, lid 1, aanhef en onder c, van de Vreemdelingenwet 2000. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €472,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt ongegrond verklaard en de weigering van de verblijfsvergunning wordt vernietigd.