ECLI:NL:RVS:2013:BZ2813
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- A.B.M. Hent
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige vreemdelingenbewaring wegens niet-toepassing artikel 59 lid 3 Vreemdelingenwet 2000
De vreemdeling werd op 13 december 2012 in vreemdelingenbewaring gesteld. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze bewaring ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. De vreemdeling stelde hoger beroep in bij de Raad van State en vorderde tevens een schadevergoeding.
De Raad van State oordeelde dat op 21 december 2012 aan de voorwaarden van artikel 59, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000 was voldaan, omdat de vreemdeling uitdrukkelijk had aangegeven Nederland te willen verlaten en beschikte over een laissez passer en voldoende middelen van bestaan. De rechtbank had dit niet onderkend, waardoor de bewaring vanaf die datum tot de opheffing op 8 januari 2013 onrechtmatig was.
De Raad van State vernietigde de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en kende een schadevergoeding toe voor de onrechtmatige bewaring. Tevens werden proceskosten aan de vreemdeling toegekend.
Uitkomst: De bewaring van de vreemdeling tussen 21 december 2012 en 8 januari 2013 was onrechtmatig en de vreemdeling kreeg een schadevergoeding toegekend.